NL: uithollenSynoniemen: aantasten, hol maken, openwerken
DE: aushöhlen, austiefen, auskehlen
EN: hollow out, scoop out
ES: vaciar, socavar, ahuecar
FR: creuser, raviner, excaver, miner, saper, évider, éroder
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgehold
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik hol uit jij holt uit hij holt uit wij hollen uit jullie hollen uit zij hollen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgehold jij hebt uitgehold hij heeft uitgehold wij hebben uitgehold jullie hebben uitgehold zij hebben uitgehold
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik holde uit jij holde uit hij holde uit wij holden uit jullie holden uit zij holden uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgehold jij had uitgehold hij had uitgehold wij hadden uitgehold jullie hadden uitgehold zij hadden uitgehold
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uithollen jij zult uithollen hij zal uithollen wij zullen uithollen jullie zullen uithollen zij zullen uithollen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgehold hebben jij zult uitgehold hebben hij zal uitgehold hebben wij zullen uitgehold hebben jullie zullen uitgehold hebben zij zullen uitgehold hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uithollen jij zou uithollen hij zou uithollen wij zouden uithollen jullie zouden uithollen zij zouden uithollen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgehold hebben jij zou uitgehold hebben hij zou uitgehold hebben wij zouden uitgehold hebben jullie zouden uitgehold hebben zij zouden uitgehold hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
hol uit
|