NL: uitgevenSynoniemen: besteden, bewerken, drukken, laten doorgaan, spenderen, uitbrengen, uitdelen, publiceren, , lanceren
DE: uitgeven (op de markt brengen): lancieren, beim publikum einführen
EN: uitgeven (op de markt brengen): release, launch, start
ES: uitgeven (op de markt brengen): lanzar
FR: uitgeven (op de markt brengen): lancer, publier
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik geef uit jij geeft uit hij geeft uit wij geven uit jullie geven uit zij geven uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgegeven jij hebt uitgegeven hij heeft uitgegeven wij hebben uitgegeven jullie hebben uitgegeven zij hebben uitgegeven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik gaf uit jij gaf uit hij gaf uit wij gaven uit jullie gaven uit zij gaven uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgegeven jij had uitgegeven hij had uitgegeven wij hadden uitgegeven jullie hadden uitgegeven zij hadden uitgegeven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitgeven jij zult uitgeven hij zal uitgeven wij zullen uitgeven jullie zullen uitgeven zij zullen uitgeven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgegeven hebben jij zult uitgegeven hebben hij zal uitgegeven hebben wij zullen uitgegeven hebben jullie zullen uitgegeven hebben zij zullen uitgegeven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitgeven jij zou uitgeven hij zou uitgeven wij zouden uitgeven jullie zouden uitgeven zij zouden uitgeven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgegeven hebben jij zou uitgegeven hebben hij zou uitgegeven hebben wij zouden uitgegeven hebben jullie zouden uitgegeven hebben zij zouden uitgegeven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
geef uit
|