NL: uitdrinkenSynoniemen: opdrinken, leegmaken, leegdrinken, ledigen
FR: uitdrinken (leegdrinken): boire, verser, achever, finir, débarrasser, terminer, vider, se vider
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgedronken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik drink uit jij drinkt uit hij drinkt uit wij drinken uit jullie drinken uit zij drinken uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgedronken jij hebt uitgedronken hij heeft uitgedronken wij hebben uitgedronken jullie hebben uitgedronken zij hebben uitgedronken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dronk uit jij dronk uit hij dronk uit wij dronken uit jullie dronken uit zij dronken uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgedronken jij had uitgedronken hij had uitgedronken wij hadden uitgedronken jullie hadden uitgedronken zij hadden uitgedronken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitdrinken jij zult uitdrinken hij zal uitdrinken wij zullen uitdrinken jullie zullen uitdrinken zij zullen uitdrinken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgedronken hebben jij zult uitgedronken hebben hij zal uitgedronken hebben wij zullen uitgedronken hebben jullie zullen uitgedronken hebben zij zullen uitgedronken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitdrinken jij zou uitdrinken hij zou uitdrinken wij zouden uitdrinken jullie zouden uitdrinken zij zouden uitdrinken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgedronken hebben jij zou uitgedronken hebben hij zou uitgedronken hebben wij zouden uitgedronken hebben jullie zouden uitgedronken hebben zij zouden uitgedronken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
drink uit
|