NL: uitdenkenSynoniemen: bedenken, uitknobbelen, verzinnen, voorwenden, verdichten, fantaseren, uitkienen, uitdokteren
EN: uitdenken (uitknobbelen): figure out, puzzle out
FR: uitdenken (uitknobbelen): concocter, inventer, imaginer, fabriquer
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgedacht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik denk uit jij denkt uit hij denkt uit wij denken uit jullie denken uit zij denken uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgedacht jij hebt uitgedacht hij heeft uitgedacht wij hebben uitgedacht jullie hebben uitgedacht zij hebben uitgedacht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dacht uit jij dacht uit hij dacht uit wij dachten uit jullie dachten uit zij dachten uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgedacht jij had uitgedacht hij had uitgedacht wij hadden uitgedacht jullie hadden uitgedacht zij hadden uitgedacht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitdenken jij zult uitdenken hij zal uitdenken wij zullen uitdenken jullie zullen uitdenken zij zullen uitdenken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgedacht hebben jij zult uitgedacht hebben hij zal uitgedacht hebben wij zullen uitgedacht hebben jullie zullen uitgedacht hebben zij zullen uitgedacht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitdenken jij zou uitdenken hij zou uitdenken wij zouden uitdenken jullie zouden uitdenken zij zouden uitdenken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgedacht hebben jij zou uitgedacht hebben hij zou uitgedacht hebben wij zouden uitgedacht hebben jullie zouden uitgedacht hebben zij zouden uitgedacht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
denk uit
|