Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitdelen vervoegen




NL: uitdelen
Synoniemen: distribueren, ronddelen, trakteren, verdelen, uitreiken, rondgeven, rondreiken

DE: uitdelen (trakteren): verteilen, austeilen, distribuieren
EN: uitdelen (trakteren): treat
ES: uitdelen (trakteren): repartir
FR: uitdelen (trakteren): régaler, offrir des friandises, payer un repas à, payer un verre à

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgedeeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik deel uit
jij deelt uit
hij deelt uit
wij delen uit
jullie delen uit
zij delen uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgedeeld
jij hebt uitgedeeld
hij heeft uitgedeeld
wij hebben uitgedeeld
jullie hebben uitgedeeld
zij hebben uitgedeeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik deelde uit
jij deelde uit
hij deelde uit
wij deelden uit
jullie deelden uit
zij deelden uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgedeeld
jij had uitgedeeld
hij had uitgedeeld
wij hadden uitgedeeld
jullie hadden uitgedeeld
zij hadden uitgedeeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitdelen
jij zult uitdelen
hij zal uitdelen
wij zullen uitdelen
jullie zullen uitdelen
zij zullen uitdelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgedeeld hebben
jij zult uitgedeeld hebben
hij zal uitgedeeld hebben
wij zullen uitgedeeld hebben
jullie zullen uitgedeeld hebben
zij zullen uitgedeeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitdelen
jij zou uitdelen
hij zou uitdelen
wij zouden uitdelen
jullie zouden uitdelen
zij zouden uitdelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgedeeld hebben
jij zou uitgedeeld hebben
hij zou uitgedeeld hebben
wij zouden uitgedeeld hebben
jullie zouden uitgedeeld hebben
zij zouden uitgedeeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
deel uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitdelen

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald