Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitbuiten vervoegen




NL: uitbuiten
Synoniemen: benutten, exploiteren, ontdoen, uitmelken, beroven

DE: ausnehmen, enthüllen
EN: take advantage of, exploit, strip, bare
ES: aprovecharse de, abusar de
FR: exploiter, priver de, pressurer, tirer profit de, dépouiller de

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgebuit
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik buit uit
jij buit uit
hij buit uit
wij buiten uit
jullie buiten uit
zij buiten uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgebuit
jij hebt uitgebuit
hij heeft uitgebuit
wij hebben uitgebuit
jullie hebben uitgebuit
zij hebben uitgebuit
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik buitte uit
jij buitte uit
hij buitte uit
wij buitten uit
jullie buitten uit
zij buitten uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgebuit
jij had uitgebuit
hij had uitgebuit
wij hadden uitgebuit
jullie hadden uitgebuit
zij hadden uitgebuit
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitbuiten
jij zult uitbuiten
hij zal uitbuiten
wij zullen uitbuiten
jullie zullen uitbuiten
zij zullen uitbuiten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgebuit hebben
jij zult uitgebuit hebben
hij zal uitgebuit hebben
wij zullen uitgebuit hebben
jullie zullen uitgebuit hebben
zij zullen uitgebuit hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitbuiten
jij zou uitbuiten
hij zou uitbuiten
wij zouden uitbuiten
jullie zouden uitbuiten
zij zouden uitbuiten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgebuit hebben
jij zou uitgebuit hebben
hij zou uitgebuit hebben
wij zouden uitgebuit hebben
jullie zouden uitgebuit hebben
zij zouden uitgebuit hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
buit uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitbuiten

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald