Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitbroeden vervoegen




NL: uitbroeden
Synoniemen: bedenken, broeden, warmhouden

DE: brüten, warmhalten, ausbrüten
EN: hatch out
FR: couver

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgebroed
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik broed uit
jij broedt uit
hij broedt uit
wij broeden uit
jullie broeden uit
zij broeden uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgebroed
jij hebt uitgebroed
hij heeft uitgebroed
wij hebben uitgebroed
jullie hebben uitgebroed
zij hebben uitgebroed
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik broedde uit
jij broedde uit
hij broedde uit
wij broedden uit
jullie broedden uit
zij broedden uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgebroed
jij had uitgebroed
hij had uitgebroed
wij hadden uitgebroed
jullie hadden uitgebroed
zij hadden uitgebroed
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitbroeden
jij zult uitbroeden
hij zal uitbroeden
wij zullen uitbroeden
jullie zullen uitbroeden
zij zullen uitbroeden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgebroed hebben
jij zult uitgebroed hebben
hij zal uitgebroed hebben
wij zullen uitgebroed hebben
jullie zullen uitgebroed hebben
zij zullen uitgebroed hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitbroeden
jij zou uitbroeden
hij zou uitbroeden
wij zouden uitbroeden
jullie zouden uitbroeden
zij zouden uitbroeden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgebroed hebben
jij zou uitgebroed hebben
hij zou uitgebroed hebben
wij zouden uitgebroed hebben
jullie zouden uitgebroed hebben
zij zouden uitgebroed hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
broed uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitbroeden

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald