NL: uitbreidenSynoniemen: expanderen, openslaan, uitbouwen, verwijden, verruimen, vermeerderen, verbreiden, uitdijen, openen, uitstrekken, uitsteken, strekken, rekken, ophouden, vergroten
DE: uitbreiden (expanderen): ausbreiten, vergrößern, erweitern, expandieren, ausbauen, ausdehnen, ausweiten
EN: uitbreiden (expanderen): expand, extend, build out, widen, add on to, add, swell
ES: uitbreiden (expanderen): extender, añadir a, ampliar, aumentar, crecer, agrandar, construir, hincharse, hacer ampliaciones, dilatarse
FR: uitbreiden (expanderen): étendre, élargir, développer, agrandir, grossir, lever, gonfler, évaser, enfler, construire
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgebreid
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik breid uit jij breidt uit hij breidt uit wij breiden uit jullie breiden uit zij breiden uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgebreid jij hebt uitgebreid hij heeft uitgebreid wij hebben uitgebreid jullie hebben uitgebreid zij hebben uitgebreid
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik breidde uit jij breidde uit hij breidde uit wij breidden uit jullie breidden uit zij breidden uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgebreid jij had uitgebreid hij had uitgebreid wij hadden uitgebreid jullie hadden uitgebreid zij hadden uitgebreid
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitbreiden jij zult uitbreiden hij zal uitbreiden wij zullen uitbreiden jullie zullen uitbreiden zij zullen uitbreiden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgebreid hebben jij zult uitgebreid hebben hij zal uitgebreid hebben wij zullen uitgebreid hebben jullie zullen uitgebreid hebben zij zullen uitgebreid hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitbreiden jij zou uitbreiden hij zou uitbreiden wij zouden uitbreiden jullie zouden uitbreiden zij zouden uitbreiden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgebreid hebben jij zou uitgebreid hebben hij zou uitgebreid hebben wij zouden uitgebreid hebben jullie zouden uitgebreid hebben zij zouden uitgebreid hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
breid uit
|