Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

uitbreiden vervoegen




NL: uitbreiden
Synoniemen: expanderen, openslaan, uitbouwen, verwijden, verruimen, vermeerderen, verbreiden, uitdijen, openen, uitstrekken, uitsteken, strekken, rekken, ophouden, vergroten

DE: uitbreiden (expanderen): ausbreiten, vergrößern, erweitern, expandieren, ausbauen, ausdehnen, ausweiten
EN: uitbreiden (expanderen): expand, extend, build out, widen, add on to, add, swell
ES: uitbreiden (expanderen): extender, añadir a, ampliar, aumentar, crecer, agrandar, construir, hincharse, hacer ampliaciones, dilatarse
FR: uitbreiden (expanderen): étendre, élargir, développer, agrandir, grossir, lever, gonfler, évaser, enfler, construire

U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
uitgebreid
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik breid uit
jij breidt uit
hij breidt uit
wij breiden uit
jullie breiden uit
zij breiden uit
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb uitgebreid
jij hebt uitgebreid
hij heeft uitgebreid
wij hebben uitgebreid
jullie hebben uitgebreid
zij hebben uitgebreid
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik breidde uit
jij breidde uit
hij breidde uit
wij breidden uit
jullie breidden uit
zij breidden uit
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had uitgebreid
jij had uitgebreid
hij had uitgebreid
wij hadden uitgebreid
jullie hadden uitgebreid
zij hadden uitgebreid
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal uitbreiden
jij zult uitbreiden
hij zal uitbreiden
wij zullen uitbreiden
jullie zullen uitbreiden
zij zullen uitbreiden
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal uitgebreid hebben
jij zult uitgebreid hebben
hij zal uitgebreid hebben
wij zullen uitgebreid hebben
jullie zullen uitgebreid hebben
zij zullen uitgebreid hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou uitbreiden
jij zou uitbreiden
hij zou uitbreiden
wij zouden uitbreiden
jullie zouden uitbreiden
zij zouden uitbreiden
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou uitgebreid hebben
jij zou uitgebreid hebben
hij zou uitgebreid hebben
wij zouden uitgebreid hebben
jullie zouden uitgebreid hebben
zij zouden uitgebreid hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
breid uit

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/uitbreiden

Werkwoorden A tot (en met) Z

Nederlandse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Duitse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Engelse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Franse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z
Spaanse werkwoorden: A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Vervoegen

avoir être willen send sein
© Mijnwoordenboek MMXI | Contact | Privacy | Vaakst vertaald