NL: uitbottenSynoniemen: botten, knop, uitlopen, uitkomen, ontspruiten, ontspringen
FR: uitbotten (voortkomen uit): prendre sa source, naître de, pousser, germer
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgebot
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bot uit jij bot uit hij bot uit wij botten uit jullie botten uit zij botten uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgebot jij hebt uitgebot hij heeft uitgebot wij hebben uitgebot jullie hebben uitgebot zij hebben uitgebot
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik botte uit jij botte uit hij botte uit wij botten uit jullie botten uit zij botten uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgebot jij had uitgebot hij had uitgebot wij hadden uitgebot jullie hadden uitgebot zij hadden uitgebot
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitbotten jij zult uitbotten hij zal uitbotten wij zullen uitbotten jullie zullen uitbotten zij zullen uitbotten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgebot hebben jij zult uitgebot hebben hij zal uitgebot hebben wij zullen uitgebot hebben jullie zullen uitgebot hebben zij zullen uitgebot hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitbotten jij zou uitbotten hij zou uitbotten wij zouden uitbotten jullie zouden uitbotten zij zouden uitbotten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgebot hebben jij zou uitgebot hebben hij zou uitgebot hebben wij zouden uitgebot hebben jullie zouden uitgebot hebben zij zouden uitgebot hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bot uit
|