NL: uitblijvenSynoniemen: wegblijven, uitstaan
DE: ausbleiben, wegbleiben, fortbleiben
EN: fail to appear, stay out, stay off, stay away, fail to come, fail to occur
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgebleven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik blijf uit jij blijft uit hij blijft uit wij blijven uit jullie blijven uit zij blijven uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben uitgebleven jij bent uitgebleven hij is uitgebleven wij zijn uitgebleven jullie zijn uitgebleven zij zijn uitgebleven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bleef uit jij bleef uit hij bleef uit wij bleven uit jullie bleven uit zij bleven uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was uitgebleven jij was uitgebleven hij was uitgebleven wij waren uitgebleven jullie waren uitgebleven zij waren uitgebleven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitblijven jij zult uitblijven hij zal uitblijven wij zullen uitblijven jullie zullen uitblijven zij zullen uitblijven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgebleven zijn jij zult uitgebleven zijn hij zal uitgebleven zijn wij zullen uitgebleven zijn jullie zullen uitgebleven zijn zij zullen uitgebleven zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitblijven jij zou uitblijven hij zou uitblijven wij zouden uitblijven jullie zouden uitblijven zij zouden uitblijven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgebleven zijn jij zou uitgebleven zijn hij zou uitgebleven zijn wij zouden uitgebleven zijn jullie zouden uitgebleven zijn zij zouden uitgebleven zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
blijf uit
|