NL: uitbeeldenSynoniemen: schetsen, verpersonificeren, vertolken, verbeelden
DE: uitbeelden (verpersonificeren): darstellen, ausdrücken, wiedergeben
EN: uitbeelden (verpersonificeren): represent, interpret, portray, impersonate, personify
FR: uitbeelden (verpersonificeren): représenter, personnifier, imiter, interpréter
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgebeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik beeld uit jij beeldt uit hij beeldt uit wij beelden uit jullie beelden uit zij beelden uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgebeeld jij hebt uitgebeeld hij heeft uitgebeeld wij hebben uitgebeeld jullie hebben uitgebeeld zij hebben uitgebeeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik beeldde uit jij beeldde uit hij beeldde uit wij beeldden uit jullie beeldden uit zij beeldden uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgebeeld jij had uitgebeeld hij had uitgebeeld wij hadden uitgebeeld jullie hadden uitgebeeld zij hadden uitgebeeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitbeelden jij zult uitbeelden hij zal uitbeelden wij zullen uitbeelden jullie zullen uitbeelden zij zullen uitbeelden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgebeeld hebben jij zult uitgebeeld hebben hij zal uitgebeeld hebben wij zullen uitgebeeld hebben jullie zullen uitgebeeld hebben zij zullen uitgebeeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitbeelden jij zou uitbeelden hij zou uitbeelden wij zouden uitbeelden jullie zouden uitbeelden zij zouden uitbeelden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgebeeld hebben jij zou uitgebeeld hebben hij zou uitgebeeld hebben wij zouden uitgebeeld hebben jullie zouden uitgebeeld hebben zij zouden uitgebeeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
beeld uit
|