NL: uitbazuinenSynoniemen: verkondigen
U-vorm: Vervoeg volgens de 2e persoon enkelvoud. (advies Taalunie)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
uitgebazuind
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik bazuin uit jij bazuint uit hij bazuint uit wij bazuinen uit jullie bazuinen uit zij bazuinen uit
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb uitgebazuind jij hebt uitgebazuind hij heeft uitgebazuind wij hebben uitgebazuind jullie hebben uitgebazuind zij hebben uitgebazuind
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bazuinde uit jij bazuinde uit hij bazuinde uit wij bazuinden uit jullie bazuinden uit zij bazuinden uit
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had uitgebazuind jij had uitgebazuind hij had uitgebazuind wij hadden uitgebazuind jullie hadden uitgebazuind zij hadden uitgebazuind
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal uitbazuinen jij zult uitbazuinen hij zal uitbazuinen wij zullen uitbazuinen jullie zullen uitbazuinen zij zullen uitbazuinen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal uitgebazuind hebben jij zult uitgebazuind hebben hij zal uitgebazuind hebben wij zullen uitgebazuind hebben jullie zullen uitgebazuind hebben zij zullen uitgebazuind hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou uitbazuinen jij zou uitbazuinen hij zou uitbazuinen wij zouden uitbazuinen jullie zouden uitbazuinen zij zouden uitbazuinen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou uitgebazuind hebben jij zou uitgebazuind hebben hij zou uitgebazuind hebben wij zouden uitgebazuind hebben jullie zouden uitgebazuind hebben zij zouden uitgebazuind hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
bazuin uit
|