NL: tuinierenSynoniemen: hovenieren
DE: gärtnern
EN: garden, be a gardener
ES: practicar la jardinería, cuidar el jardín, dedicarse a la jardinería, ser jardinero
FR: jardiner
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getuinierd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik tuinier jij tuiniert hij tuiniert wij tuinieren jullie tuinieren zij tuinieren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getuinierd jij hebt getuinierd hij heeft getuinierd wij hebben getuinierd jullie hebben getuinierd zij hebben getuinierd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik tuinierde jij tuinierde hij tuinierde wij tuinierden jullie tuinierden zij tuinierden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getuinierd jij had getuinierd hij had getuinierd wij hadden getuinierd jullie hadden getuinierd zij hadden getuinierd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tuinieren jij zult tuinieren hij zal tuinieren wij zullen tuinieren jullie zullen tuinieren zij zullen tuinieren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getuinierd hebben jij zult getuinierd hebben hij zal getuinierd hebben wij zullen getuinierd hebben jullie zullen getuinierd hebben zij zullen getuinierd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tuinieren jij zou tuinieren hij zou tuinieren wij zouden tuinieren jullie zouden tuinieren zij zouden tuinieren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getuinierd hebben jij zou getuinierd hebben hij zou getuinierd hebben wij zouden getuinierd hebben jullie zouden getuinierd hebben zij zouden getuinierd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
tuinier
|