NL: trotserenSynoniemen: doorstaan, tarten
DE: trotseren (hoofd bieden): trotzen, sichbehaupten, die Stirn bieten
EN: trotseren (hoofd bieden): face up to, defy, face, stand to
ES: trotseren (hoofd bieden): afrontar, hacer frente a
FR: trotseren (hoofd bieden): affronter, défier, faire face à, braver
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getrotseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik trotseer jij trotseert hij trotseert wij trotseren jullie trotseren zij trotseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getrotseerd jij hebt getrotseerd hij heeft getrotseerd wij hebben getrotseerd jullie hebben getrotseerd zij hebben getrotseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik trotseerde jij trotseerde hij trotseerde wij trotseerden jullie trotseerden zij trotseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getrotseerd jij had getrotseerd hij had getrotseerd wij hadden getrotseerd jullie hadden getrotseerd zij hadden getrotseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal trotseren jij zult trotseren hij zal trotseren wij zullen trotseren jullie zullen trotseren zij zullen trotseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getrotseerd hebben jij zult getrotseerd hebben hij zal getrotseerd hebben wij zullen getrotseerd hebben jullie zullen getrotseerd hebben zij zullen getrotseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou trotseren jij zou trotseren hij zou trotseren wij zouden trotseren jullie zouden trotseren zij zouden trotseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getrotseerd hebben jij zou getrotseerd hebben hij zou getrotseerd hebben wij zouden getrotseerd hebben jullie zouden getrotseerd hebben zij zouden getrotseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
trotseer
|