NL: troostenSynoniemen: bemoedigen, ondersteunen, opbeuren, sterken, vertroosten, laven
DE: trösten, unterstützen
EN: comfort
ES: consolar, confortar
FR: appuyer, réconforter, soulager, soutenir, consoler, collaborer, aider, apaiser, remonter le moral
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getroost
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik troost jij troost hij troost wij troosten jullie troosten zij troosten
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getroost jij hebt getroost hij heeft getroost wij hebben getroost jullie hebben getroost zij hebben getroost
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik troostte jij troostte hij troostte wij troostten jullie troostten zij troostten
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getroost jij had getroost hij had getroost wij hadden getroost jullie hadden getroost zij hadden getroost
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal troosten jij zult troosten hij zal troosten wij zullen troosten jullie zullen troosten zij zullen troosten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getroost hebben jij zult getroost hebben hij zal getroost hebben wij zullen getroost hebben jullie zullen getroost hebben zij zullen getroost hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou troosten jij zou troosten hij zou troosten wij zouden troosten jullie zouden troosten zij zouden troosten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getroost hebben jij zou getroost hebben hij zou getroost hebben wij zouden getroost hebben jullie zouden getroost hebben zij zouden getroost hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
troost
|