Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

troosten vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: troosten
Synoniemen: bemoedigen, ondersteunen, opbeuren, sterken, vertroosten, laven

DE: trösten, unterstützen
EN: comfort
ES: consolar, confortar
FR: appuyer, réconforter, soulager, soutenir, consoler, collaborer, aider, apaiser, remonter le moral

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
getroost
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik troost
jij troost
hij troost
wij troosten
jullie troosten
zij troosten
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb getroost
jij hebt getroost
hij heeft getroost
wij hebben getroost
jullie hebben getroost
zij hebben getroost
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik troostte
jij troostte
hij troostte
wij troostten
jullie troostten
zij troostten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had getroost
jij had getroost
hij had getroost
wij hadden getroost
jullie hadden getroost
zij hadden getroost
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal troosten
jij zult troosten
hij zal troosten
wij zullen troosten
jullie zullen troosten
zij zullen troosten
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal getroost hebben
jij zult getroost hebben
hij zal getroost hebben
wij zullen getroost hebben
jullie zullen getroost hebben
zij zullen getroost hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou troosten
jij zou troosten
hij zou troosten
wij zouden troosten
jullie zouden troosten
zij zouden troosten
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou getroost hebben
jij zou getroost hebben
hij zou getroost hebben
wij zouden getroost hebben
jullie zouden getroost hebben
zij zouden getroost hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
troost

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/troosten

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English