Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

trommelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: trommelen
Synoniemen: drummen, rammelen, roffelen

DE: trommelen (roffelen): trommeln, rasseln, wirbeln, einenWirbelschlagen
EN: trommelen (roffelen): play the drum, drum, beat the drum
ES: trommelen (roffelen): repercutir, tocar redobles
FR: trommelen (roffelen): tambouriner, battre le tambour, battre la caisse

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
getrommeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik trommel
jij trommelt
hij trommelt
wij trommelen
jullie trommelen
zij trommelen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb getrommeld
jij hebt getrommeld
hij heeft getrommeld
wij hebben getrommeld
jullie hebben getrommeld
zij hebben getrommeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik trommelde
jij trommelde
hij trommelde
wij trommelden
jullie trommelden
zij trommelden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had getrommeld
jij had getrommeld
hij had getrommeld
wij hadden getrommeld
jullie hadden getrommeld
zij hadden getrommeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal trommelen
jij zult trommelen
hij zal trommelen
wij zullen trommelen
jullie zullen trommelen
zij zullen trommelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal getrommeld hebben
jij zult getrommeld hebben
hij zal getrommeld hebben
wij zullen getrommeld hebben
jullie zullen getrommeld hebben
zij zullen getrommeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou trommelen
jij zou trommelen
hij zou trommelen
wij zouden trommelen
jullie zouden trommelen
zij zouden trommelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou getrommeld hebben
jij zou getrommeld hebben
hij zou getrommeld hebben
wij zouden getrommeld hebben
jullie zouden getrommeld hebben
zij zouden getrommeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
trommel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/trommelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English