NL: triomferenSynoniemen: overwinnen, zegepralen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getriomfeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik triomfeer jij triomfeert hij triomfeert wij triomferen jullie triomferen zij triomferen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getriomfeerd jij hebt getriomfeerd hij heeft getriomfeerd wij hebben getriomfeerd jullie hebben getriomfeerd zij hebben getriomfeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik triomfeerde jij triomfeerde hij triomfeerde wij triomfeerden jullie triomfeerden zij triomfeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getriomfeerd jij had getriomfeerd hij had getriomfeerd wij hadden getriomfeerd jullie hadden getriomfeerd zij hadden getriomfeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal triomferen jij zult triomferen hij zal triomferen wij zullen triomferen jullie zullen triomferen zij zullen triomferen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getriomfeerd hebben jij zult getriomfeerd hebben hij zal getriomfeerd hebben wij zullen getriomfeerd hebben jullie zullen getriomfeerd hebben zij zullen getriomfeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou triomferen jij zou triomferen hij zou triomferen wij zouden triomferen jullie zouden triomferen zij zouden triomferen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getriomfeerd hebben jij zou getriomfeerd hebben hij zou getriomfeerd hebben wij zouden getriomfeerd hebben jullie zouden getriomfeerd hebben zij zouden getriomfeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
triomfeer
|