NL: traumatiseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getraumatiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik traumatiseer jij traumatiseert hij traumatiseert wij traumatiseren jullie traumatiseren zij traumatiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getraumatiseerd jij hebt getraumatiseerd hij heeft getraumatiseerd wij hebben getraumatiseerd jullie hebben getraumatiseerd zij hebben getraumatiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik traumatiseerde jij traumatiseerde hij traumatiseerde wij traumatiseerden jullie traumatiseerden zij traumatiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getraumatiseerd jij had getraumatiseerd hij had getraumatiseerd wij hadden getraumatiseerd jullie hadden getraumatiseerd zij hadden getraumatiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal traumatiseren jij zult traumatiseren hij zal traumatiseren wij zullen traumatiseren jullie zullen traumatiseren zij zullen traumatiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getraumatiseerd hebben jij zult getraumatiseerd hebben hij zal getraumatiseerd hebben wij zullen getraumatiseerd hebben jullie zullen getraumatiseerd hebben zij zullen getraumatiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou traumatiseren jij zou traumatiseren hij zou traumatiseren wij zouden traumatiseren jullie zouden traumatiseren zij zouden traumatiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getraumatiseerd hebben jij zou getraumatiseerd hebben hij zou getraumatiseerd hebben wij zouden getraumatiseerd hebben jullie zouden getraumatiseerd hebben zij zouden getraumatiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
traumatiseer
|