NL: trakterenSynoniemen: aanbieden, fuiven, onthalen, uitdelen, vrijhouden, vergasten
DE: verteilen, austeilen, distribuieren
EN: treat
ES: repartir
FR: régaler, offrir des friandises, payer un verre à, payer un repas à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getrakteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik trakteer jij trakteert hij trakteert wij trakteren jullie trakteren zij trakteren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getrakteerd jij hebt getrakteerd hij heeft getrakteerd wij hebben getrakteerd jullie hebben getrakteerd zij hebben getrakteerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik trakteerde jij trakteerde hij trakteerde wij trakteerden jullie trakteerden zij trakteerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getrakteerd jij had getrakteerd hij had getrakteerd wij hadden getrakteerd jullie hadden getrakteerd zij hadden getrakteerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal trakteren jij zult trakteren hij zal trakteren wij zullen trakteren jullie zullen trakteren zij zullen trakteren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getrakteerd hebben jij zult getrakteerd hebben hij zal getrakteerd hebben wij zullen getrakteerd hebben jullie zullen getrakteerd hebben zij zullen getrakteerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou trakteren jij zou trakteren hij zou trakteren wij zouden trakteren jullie zouden trakteren zij zouden trakteren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getrakteerd hebben jij zou getrakteerd hebben hij zou getrakteerd hebben wij zouden getrakteerd hebben jullie zouden getrakteerd hebben zij zouden getrakteerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
trakteer
|