NL: torpederenSynoniemen: beschieten, onderuit halen
DE: torpedieren
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getorpedeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik torpedeer jij torpedeert hij torpedeert wij torpederen jullie torpederen zij torpederen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getorpedeerd jij hebt getorpedeerd hij heeft getorpedeerd wij hebben getorpedeerd jullie hebben getorpedeerd zij hebben getorpedeerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik torpedeerde jij torpedeerde hij torpedeerde wij torpedeerden jullie torpedeerden zij torpedeerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getorpedeerd jij had getorpedeerd hij had getorpedeerd wij hadden getorpedeerd jullie hadden getorpedeerd zij hadden getorpedeerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal torpederen jij zult torpederen hij zal torpederen wij zullen torpederen jullie zullen torpederen zij zullen torpederen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getorpedeerd hebben jij zult getorpedeerd hebben hij zal getorpedeerd hebben wij zullen getorpedeerd hebben jullie zullen getorpedeerd hebben zij zullen getorpedeerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou torpederen jij zou torpederen hij zou torpederen wij zouden torpederen jullie zouden torpederen zij zouden torpederen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getorpedeerd hebben jij zou getorpedeerd hebben hij zou getorpedeerd hebben wij zouden getorpedeerd hebben jullie zouden getorpedeerd hebben zij zouden getorpedeerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
torpedeer
|