FR: tonnerNL: schreeuwen, brullen, daveren, blaffen, bulderen
EN: shout, scream, yell, bark, rage, shriek, boom, rant, cry, bawl, cry out, roar, bellow
| Participe Passé |
|
tonné
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je tonne tu tonnes il; elle tonne nous tonnons vous tonnez ils; elles tonnent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai tonné tu as tonné il; elle a tonné nous avons tonné vous avez tonné ils; elles ont tonné
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je tonnais tu tonnais il; elle tonnait nous tonnions vous tonniez ils; elles tonnaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais tonné tu avais tonné il; elle avait tonné nous avions tonné vous aviez tonné ils; elles avaient tonné
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je tonnai tu tonnas il; elle tonna nous tonnâmes vous tonnâtes ils; elles tonnèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus tonné tu eus tonné il; elle eut tonné nous eûmes tonné vous eûtes tonné ils; elles eurent tonné
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je tonnerai tu tonneras il; elle tonnera nous tonnerons vous tonnerez ils; elles tonneront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai tonné tu auras tonné il; elle aura tonné nous aurons tonné vous aurez tonné ils; elles auront tonné
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je tonne tu tonnes il; elle tonne nous tonnions vous tonniez ils; elles tonnent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie tonné tu aies tonné il; elle ait tonné nous ayons tonné vous ayez tonné ils; elles aient tonné
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je tonnasse tu tonnasses il; elle tonnât nous tonnassions vous tonnassiez ils; elles tonnassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse tonné tu eusses tonné il; elle eût tonné nous eussions tonné vous eussiez tonné ils; elles eussent tonné
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je tonnerais tu tonnerais il; elle tonnerait nous tonnerions vous tonneriez ils; elles tonneraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais tonné tu aurais tonné il; elle aurait tonné nous aurions tonné vous auriez tonné ils; elles auraient tonné
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) tonne, (nous) tonnons (vous) tonnez
|