NL: tongenSynoniemen: tongzoenen, bekken
DE: die Zungen
EN: the tongues
ES: la lenguas, el lenguados
FR: la langues
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getongd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik tong jij tongt hij tongt wij tongen jullie tongen zij tongen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getongd jij hebt getongd hij heeft getongd wij hebben getongd jullie hebben getongd zij hebben getongd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik tongde jij tongde hij tongde wij tongden jullie tongden zij tongden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getongd jij had getongd hij had getongd wij hadden getongd jullie hadden getongd zij hadden getongd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tongen jij zult tongen hij zal tongen wij zullen tongen jullie zullen tongen zij zullen tongen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getongd hebben jij zult getongd hebben hij zal getongd hebben wij zullen getongd hebben jullie zullen getongd hebben zij zullen getongd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tongen jij zou tongen hij zou tongen wij zouden tongen jullie zouden tongen zij zouden tongen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getongd hebben jij zou getongd hebben hij zou getongd hebben wij zouden getongd hebben jullie zouden getongd hebben zij zouden getongd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
tong
|