Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

toneelspelen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: toneelspelen
Synoniemen: acteren, spelen, komespelen, voorwenden

DE: toneelspelen (acteren): schauspielen, darstellen
EN: toneelspelen (acteren): perform, act
ES: toneelspelen (acteren): jugar, actuar, hacer teatro, interpretar, poner en escena
FR: toneelspelen (acteren): faire du théâtre, jouer, feindre, jouer la comédie, interpréter, simuler, dramatiser, figurer

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
toneelgespeeld
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik speel toneel
jij speelt toneel
hij speelt toneel
wij spelen toneel
jullie spelen toneel
zij spelen toneel
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb toneelgespeeld
jij hebt toneelgespeeld
hij heeft toneelgespeeld
wij hebben toneelgespeeld
jullie hebben toneelgespeeld
zij hebben toneelgespeeld
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik speelde toneel
jij speelde toneel
hij speelde toneel
wij speelden toneel
jullie speelden toneel
zij speelden toneel
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had toneelgespeeld
jij had toneelgespeeld
hij had toneelgespeeld
wij hadden toneelgespeeld
jullie hadden toneelgespeeld
zij hadden toneelgespeeld
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal toneelspelen
jij zult toneelspelen
hij zal toneelspelen
wij zullen toneelspelen
jullie zullen toneelspelen
zij zullen toneelspelen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal toneelgespeeld hebben
jij zult toneelgespeeld hebben
hij zal toneelgespeeld hebben
wij zullen toneelgespeeld hebben
jullie zullen toneelgespeeld hebben
zij zullen toneelgespeeld hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou toneelspelen
jij zou toneelspelen
hij zou toneelspelen
wij zouden toneelspelen
jullie zouden toneelspelen
zij zouden toneelspelen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou toneelgespeeld hebben
jij zou toneelgespeeld hebben
hij zou toneelgespeeld hebben
wij zouden toneelgespeeld hebben
jullie zouden toneelgespeeld hebben
zij zouden toneelgespeeld hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
speel toneel

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/toneelspelen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English