NL: tokkelenDE: zupfen, schlagen
EN: pluck strings, plonk
ES: puntear
FR: pincer les cordes, pincer, jouer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getokkeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik tokkel jij tokkelt hij tokkelt wij tokkelen jullie tokkelen zij tokkelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getokkeld jij hebt getokkeld hij heeft getokkeld wij hebben getokkeld jullie hebben getokkeld zij hebben getokkeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik tokkelde jij tokkelde hij tokkelde wij tokkelden jullie tokkelden zij tokkelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getokkeld jij had getokkeld hij had getokkeld wij hadden getokkeld jullie hadden getokkeld zij hadden getokkeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tokkelen jij zult tokkelen hij zal tokkelen wij zullen tokkelen jullie zullen tokkelen zij zullen tokkelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getokkeld hebben jij zult getokkeld hebben hij zal getokkeld hebben wij zullen getokkeld hebben jullie zullen getokkeld hebben zij zullen getokkeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tokkelen jij zou tokkelen hij zou tokkelen wij zouden tokkelen jullie zouden tokkelen zij zouden tokkelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getokkeld hebben jij zou getokkeld hebben hij zou getokkeld hebben wij zouden getokkeld hebben jullie zouden getokkeld hebben zij zouden getokkeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
tokkel
|