NL: toezingen U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
toegezongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zing toe jij zingt toe hij zingt toe wij zingen toe jullie zingen toe zij zingen toe
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb toegezongen jij hebt toegezongen hij heeft toegezongen wij hebben toegezongen jullie hebben toegezongen zij hebben toegezongen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zong toe jij zong toe hij zong toe wij zongen toe jullie zongen toe zij zongen toe
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had toegezongen jij had toegezongen hij had toegezongen wij hadden toegezongen jullie hadden toegezongen zij hadden toegezongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal toezingen jij zult toezingen hij zal toezingen wij zullen toezingen jullie zullen toezingen zij zullen toezingen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal toegezongen hebben jij zult toegezongen hebben hij zal toegezongen hebben wij zullen toegezongen hebben jullie zullen toegezongen hebben zij zullen toegezongen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou toezingen jij zou toezingen hij zou toezingen wij zouden toezingen jullie zouden toezingen zij zouden toezingen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou toegezongen hebben jij zou toegezongen hebben hij zou toegezongen hebben wij zouden toegezongen hebben jullie zouden toegezongen hebben zij zouden toegezongen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zing toe
|