Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

toetsen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: toetsen
Synoniemen: appreciëren, examineren, keuren, proberen, testen, uittesten, klavier, overhoren, uitproberen

DE: toetsen (examineren): prüfen, testen, kontrollieren, überprüfen, nachprüfen, abhören, examinieren, nachsehen
EN: toetsen (examineren): examine, test, check, control, hear
ES: toetsen (examineren): examinar, chequear, someter a prueba, comprobar, investigar, hacer una prueba escrita
FR: toetsen (examineren): interroger, examiner, tester, soumettre à un test, contrôler, enquêter, inspecter, faire passer un examen, faire subir un test

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
getoetst
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik toets
jij toetst
hij toetst
wij toetsen
jullie toetsen
zij toetsen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb getoetst
jij hebt getoetst
hij heeft getoetst
wij hebben getoetst
jullie hebben getoetst
zij hebben getoetst
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik toetste
jij toetste
hij toetste
wij toetsten
jullie toetsten
zij toetsten
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had getoetst
jij had getoetst
hij had getoetst
wij hadden getoetst
jullie hadden getoetst
zij hadden getoetst
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal toetsen
jij zult toetsen
hij zal toetsen
wij zullen toetsen
jullie zullen toetsen
zij zullen toetsen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal getoetst hebben
jij zult getoetst hebben
hij zal getoetst hebben
wij zullen getoetst hebben
jullie zullen getoetst hebben
zij zullen getoetst hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou toetsen
jij zou toetsen
hij zou toetsen
wij zouden toetsen
jullie zouden toetsen
zij zouden toetsen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou getoetst hebben
jij zou getoetst hebben
hij zou getoetst hebben
wij zouden getoetst hebben
jullie zouden getoetst hebben
zij zouden getoetst hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
toets

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/toetsen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English