NL: toetakelenSynoniemen: afranselen, aftuigen, afrossen, aframmelen, verknoeien, stukmaken, schenden, havenen, beschadigen, bederven
DE: toetakelen (afranselen): verprügeln, durchprügeln, zusammenschlagen
EN: toetakelen (afranselen): whip, trounce, rack, flog, beat up, whack, lash, castigate, drub
ES: toetakelen (afranselen): aporrear, apalear, vapulear, darle una paliza a alguien, flagelar, darle una tunda de golpes
FR: toetakelen (afranselen): tabasser, châtier, donner une raclée, fouetter, flageller, étriller, boxer, rosser, amocher, rouer de coups, donner une raclée à
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
toegetakeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik takel toe jij takelt toe hij takelt toe wij takelen toe jullie takelen toe zij takelen toe
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb toegetakeld jij hebt toegetakeld hij heeft toegetakeld wij hebben toegetakeld jullie hebben toegetakeld zij hebben toegetakeld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik takelde toe jij takelde toe hij takelde toe wij takelden toe jullie takelden toe zij takelden toe
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had toegetakeld jij had toegetakeld hij had toegetakeld wij hadden toegetakeld jullie hadden toegetakeld zij hadden toegetakeld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal toetakelen jij zult toetakelen hij zal toetakelen wij zullen toetakelen jullie zullen toetakelen zij zullen toetakelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal toegetakeld hebben jij zult toegetakeld hebben hij zal toegetakeld hebben wij zullen toegetakeld hebben jullie zullen toegetakeld hebben zij zullen toegetakeld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou toetakelen jij zou toetakelen hij zou toetakelen wij zouden toetakelen jullie zouden toetakelen zij zouden toetakelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou toegetakeld hebben jij zou toegetakeld hebben hij zou toegetakeld hebben wij zouden toegetakeld hebben jullie zouden toegetakeld hebben zij zouden toegetakeld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
takel toe
|