NL: toestekenSynoniemen: aangeven, overhandigen, overgeven, geven, afgeven, aanreiken, toestoten
ES: toesteken (aanreiken): dar, entregar, ofrecer, transmitir, presentar, hacer entrega, proporcionar, traspasar
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
toegestoken
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik steek toe jij steekt toe hij steekt toe wij steken toe jullie steken toe zij steken toe
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb toegestoken jij hebt toegestoken hij heeft toegestoken wij hebben toegestoken jullie hebben toegestoken zij hebben toegestoken
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stak toe jij stak toe hij stak toe wij staken toe jullie staken toe zij staken toe
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had toegestoken jij had toegestoken hij had toegestoken wij hadden toegestoken jullie hadden toegestoken zij hadden toegestoken
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal toesteken jij zult toesteken hij zal toesteken wij zullen toesteken jullie zullen toesteken zij zullen toesteken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal toegestoken hebben jij zult toegestoken hebben hij zal toegestoken hebben wij zullen toegestoken hebben jullie zullen toegestoken hebben zij zullen toegestoken hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou toesteken jij zou toesteken hij zou toesteken wij zouden toesteken jullie zouden toesteken zij zouden toesteken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou toegestoken hebben jij zou toegestoken hebben hij zou toegestoken hebben wij zouden toegestoken hebben jullie zouden toegestoken hebben zij zouden toegestoken hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
steek toe
|