NL: toeslaanSynoniemen: aanvallen, grijpen
DE: toeslaan (grijpen): greifen
EN: toeslaan (grijpen): strike
FR: toeslaan (grijpen): saisir, attaquer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
toegeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sla toe jij slaat toe hij slaat toe wij slaan toe jullie slaan toe zij slaan toe
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb toegeslagen jij hebt toegeslagen hij heeft toegeslagen wij hebben toegeslagen jullie hebben toegeslagen zij hebben toegeslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloeg toe jij sloeg toe hij sloeg toe wij sloegen toe jullie sloegen toe zij sloegen toe
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had toegeslagen jij had toegeslagen hij had toegeslagen wij hadden toegeslagen jullie hadden toegeslagen zij hadden toegeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal toeslaan jij zult toeslaan hij zal toeslaan wij zullen toeslaan jullie zullen toeslaan zij zullen toeslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal toegeslagen hebben jij zult toegeslagen hebben hij zal toegeslagen hebben wij zullen toegeslagen hebben jullie zullen toegeslagen hebben zij zullen toegeslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou toeslaan jij zou toeslaan hij zou toeslaan wij zouden toeslaan jullie zouden toeslaan zij zouden toeslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou toegeslagen hebben jij zou toegeslagen hebben hij zou toegeslagen hebben wij zouden toegeslagen hebben jullie zouden toegeslagen hebben zij zouden toegeslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sla toe
|