NL: toeschrijvenSynoniemen: wijten
DE: zuschreiben, zurechnen
EN: ascribe, attribute
ES: atribuir, imputar
FR: attribuer, imputer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
toegeschreven
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schrijf toe jij schrijft toe hij schrijft toe wij schrijven toe jullie schrijven toe zij schrijven toe
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb toegeschreven jij hebt toegeschreven hij heeft toegeschreven wij hebben toegeschreven jullie hebben toegeschreven zij hebben toegeschreven
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik schreef toe jij schreef toe hij schreef toe wij schreven toe jullie schreven toe zij schreven toe
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had toegeschreven jij had toegeschreven hij had toegeschreven wij hadden toegeschreven jullie hadden toegeschreven zij hadden toegeschreven
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal toeschrijven jij zult toeschrijven hij zal toeschrijven wij zullen toeschrijven jullie zullen toeschrijven zij zullen toeschrijven
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal toegeschreven hebben jij zult toegeschreven hebben hij zal toegeschreven hebben wij zullen toegeschreven hebben jullie zullen toegeschreven hebben zij zullen toegeschreven hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou toeschrijven jij zou toeschrijven hij zou toeschrijven wij zouden toeschrijven jullie zouden toeschrijven zij zouden toeschrijven
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou toegeschreven hebben jij zou toegeschreven hebben hij zou toegeschreven hebben wij zouden toegeschreven hebben jullie zouden toegeschreven hebben zij zouden toegeschreven hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schrijf toe
|