NL: toeschijnenSynoniemen: klinken, lijken, voorkomen, dunken, schijnen, overkomen
DE: toeschijnen (lijken): scheinen, beleuchten, ähneln, den Anschein haben, belichten
EN: toeschijnen (lijken): seem, look like, appear, look
ES: toeschijnen (lijken): parecer, parecerse
FR: toeschijnen (lijken): paraître, sembler, apparaître, avoir l'air
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
toegeschenen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik schijn toe jij schijnt toe hij schijnt toe wij schijnen toe jullie schijnen toe zij schijnen toe
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb toegeschenen jij hebt toegeschenen hij heeft toegeschenen wij hebben toegeschenen jullie hebben toegeschenen zij hebben toegeschenen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik scheen toe jij scheen toe hij scheen toe wij schenen toe jullie schenen toe zij schenen toe
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had toegeschenen jij had toegeschenen hij had toegeschenen wij hadden toegeschenen jullie hadden toegeschenen zij hadden toegeschenen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal toeschijnen jij zult toeschijnen hij zal toeschijnen wij zullen toeschijnen jullie zullen toeschijnen zij zullen toeschijnen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal toegeschenen hebben jij zult toegeschenen hebben hij zal toegeschenen hebben wij zullen toegeschenen hebben jullie zullen toegeschenen hebben zij zullen toegeschenen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou toeschijnen jij zou toeschijnen hij zou toeschijnen wij zouden toeschijnen jullie zouden toeschijnen zij zouden toeschijnen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou toegeschenen hebben jij zou toegeschenen hebben hij zou toegeschenen hebben wij zouden toegeschenen hebben jullie zouden toegeschenen hebben zij zouden toegeschenen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
schijn toe
|