NL: toerustenSynoniemen: equiperen, uitgerust, uitrusten
DE: ausrüsten, rüsten
EN: fit out, prepare, kit out, rig out
ES: proveer, equipar, proveerse de
FR: se munir, s'équiper, s'armer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
toegerust
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik rust toe jij rust toe hij rust toe wij rusten toe jullie rusten toe zij rusten toe
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb toegerust jij hebt toegerust hij heeft toegerust wij hebben toegerust jullie hebben toegerust zij hebben toegerust
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik rustte toe jij rustte toe hij rustte toe wij rustten toe jullie rustten toe zij rustten toe
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had toegerust jij had toegerust hij had toegerust wij hadden toegerust jullie hadden toegerust zij hadden toegerust
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal toerusten jij zult toerusten hij zal toerusten wij zullen toerusten jullie zullen toerusten zij zullen toerusten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal toegerust hebben jij zult toegerust hebben hij zal toegerust hebben wij zullen toegerust hebben jullie zullen toegerust hebben zij zullen toegerust hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou toerusten jij zou toerusten hij zou toerusten wij zouden toerusten jullie zouden toerusten zij zouden toerusten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou toegerust hebben jij zou toegerust hebben hij zou toegerust hebben wij zouden toegerust hebben jullie zouden toegerust hebben zij zouden toegerust hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
rust toe
|