NL: toegaanSynoniemen: afgaan, varen
DE: zugehen
EN: happen
FR: se passer, se produire
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
toegegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik ga toe jij gaat toe hij gaat toe wij gaan toe jullie gaan toe zij gaan toe
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik ben toegegaan jij bent toegegaan hij is toegegaan wij zijn toegegaan jullie zijn toegegaan zij zijn toegegaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik ging toe jij ging toe hij ging toe wij gingen toe jullie gingen toe zij gingen toe
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik was toegegaan jij was toegegaan hij was toegegaan wij waren toegegaan jullie waren toegegaan zij waren toegegaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal toegaan jij zult toegaan hij zal toegaan wij zullen toegaan jullie zullen toegaan zij zullen toegaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal toegegaan zijn jij zult toegegaan zijn hij zal toegegaan zijn wij zullen toegegaan zijn jullie zullen toegegaan zijn zij zullen toegegaan zijn
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou toegaan jij zou toegaan hij zou toegaan wij zouden toegaan jullie zouden toegaan zij zouden toegaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou toegegaan zijn jij zou toegegaan zijn hij zou toegegaan zijn wij zouden toegegaan zijn jullie zouden toegegaan zijn zij zouden toegegaan zijn
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
ga toe
|