NL: tintelenSynoniemen: mousseren, prikkelen, slapen, sprankelen, opbruisen
DE: tintelen (mousseren): perlen, schäumen, prickeln
EN: tintelen (mousseren): effervesce, sparkle, fizz, bubble
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getinteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik tintel jij tintelt hij tintelt wij tintelen jullie tintelen zij tintelen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getinteld jij hebt getinteld hij heeft getinteld wij hebben getinteld jullie hebben getinteld zij hebben getinteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik tintelde jij tintelde hij tintelde wij tintelden jullie tintelden zij tintelden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getinteld jij had getinteld hij had getinteld wij hadden getinteld jullie hadden getinteld zij hadden getinteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tintelen jij zult tintelen hij zal tintelen wij zullen tintelen jullie zullen tintelen zij zullen tintelen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getinteld hebben jij zult getinteld hebben hij zal getinteld hebben wij zullen getinteld hebben jullie zullen getinteld hebben zij zullen getinteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tintelen jij zou tintelen hij zou tintelen wij zouden tintelen jullie zouden tintelen zij zouden tintelen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getinteld hebben jij zou getinteld hebben hij zou getinteld hebben wij zouden getinteld hebben jullie zouden getinteld hebben zij zouden getinteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
tintel
|