Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

thuiskrijgen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: thuiskrijgen

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
thuisgekregen
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik krijg thuis
jij krijgt thuis
hij krijgt thuis
wij krijgen thuis
jullie krijgen thuis
zij krijgen thuis
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb thuisgekregen
jij hebt thuisgekregen
hij heeft thuisgekregen
wij hebben thuisgekregen
jullie hebben thuisgekregen
zij hebben thuisgekregen
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik kreeg thuis
jij kreeg thuis
hij kreeg thuis
wij kregen thuis
jullie kregen thuis
zij kregen thuis
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had thuisgekregen
jij had thuisgekregen
hij had thuisgekregen
wij hadden thuisgekregen
jullie hadden thuisgekregen
zij hadden thuisgekregen
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal thuiskrijgen
jij zult thuiskrijgen
hij zal thuiskrijgen
wij zullen thuiskrijgen
jullie zullen thuiskrijgen
zij zullen thuiskrijgen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal thuisgekregen hebben
jij zult thuisgekregen hebben
hij zal thuisgekregen hebben
wij zullen thuisgekregen hebben
jullie zullen thuisgekregen hebben
zij zullen thuisgekregen hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou thuiskrijgen
jij zou thuiskrijgen
hij zou thuiskrijgen
wij zouden thuiskrijgen
jullie zouden thuiskrijgen
zij zouden thuiskrijgen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou thuisgekregen hebben
jij zou thuisgekregen hebben
hij zou thuisgekregen hebben
wij zouden thuisgekregen hebben
jullie zouden thuisgekregen hebben
zij zouden thuisgekregen hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
krijg thuis

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/thuiskrijgen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English