NL: thuisbrengenSynoniemen: plaatsen, herkennen
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
thuisgebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik breng thuis jij brengt thuis hij brengt thuis wij brengen thuis jullie brengen thuis zij brengen thuis
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb thuisgebracht jij hebt thuisgebracht hij heeft thuisgebracht wij hebben thuisgebracht jullie hebben thuisgebracht zij hebben thuisgebracht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik bracht thuis jij bracht thuis hij bracht thuis wij brachten thuis jullie brachten thuis zij brachten thuis
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had thuisgebracht jij had thuisgebracht hij had thuisgebracht wij hadden thuisgebracht jullie hadden thuisgebracht zij hadden thuisgebracht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal thuisbrengen jij zult thuisbrengen hij zal thuisbrengen wij zullen thuisbrengen jullie zullen thuisbrengen zij zullen thuisbrengen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal thuisgebracht hebben jij zult thuisgebracht hebben hij zal thuisgebracht hebben wij zullen thuisgebracht hebben jullie zullen thuisgebracht hebben zij zullen thuisgebracht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou thuisbrengen jij zou thuisbrengen hij zou thuisbrengen wij zouden thuisbrengen jullie zouden thuisbrengen zij zouden thuisbrengen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou thuisgebracht hebben jij zou thuisgebracht hebben hij zou thuisgebracht hebben wij zouden thuisgebracht hebben jullie zouden thuisgebracht hebben zij zouden thuisgebracht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
breng thuis
|