NL: theologiseren U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getheologiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik theologiseer jij theologiseert hij theologiseert wij theologiseren jullie theologiseren zij theologiseren
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getheologiseerd jij hebt getheologiseerd hij heeft getheologiseerd wij hebben getheologiseerd jullie hebben getheologiseerd zij hebben getheologiseerd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik theologiseerde jij theologiseerde hij theologiseerde wij theologiseerden jullie theologiseerden zij theologiseerden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getheologiseerd jij had getheologiseerd hij had getheologiseerd wij hadden getheologiseerd jullie hadden getheologiseerd zij hadden getheologiseerd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal theologiseren jij zult theologiseren hij zal theologiseren wij zullen theologiseren jullie zullen theologiseren zij zullen theologiseren
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getheologiseerd hebben jij zult getheologiseerd hebben hij zal getheologiseerd hebben wij zullen getheologiseerd hebben jullie zullen getheologiseerd hebben zij zullen getheologiseerd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou theologiseren jij zou theologiseren hij zou theologiseren wij zouden theologiseren jullie zouden theologiseren zij zouden theologiseren
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getheologiseerd hebben jij zou getheologiseerd hebben hij zou getheologiseerd hebben wij zouden getheologiseerd hebben jullie zouden getheologiseerd hebben zij zouden getheologiseerd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
theologiseer
|