NL: tewerkstellenSynoniemen: detacheren, gedetacheerd, uitzenden
DE: in Lohndienst einstellen, engagieren, einstellen
EN: employ, set to work, hire
ES: emplear
FR: dégager, embaucher, détacher, déboutonner, dévisser
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
tewerkgesteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stel tewerk jij stelt tewerk hij stelt tewerk wij stellen tewerk jullie stellen tewerk zij stellen tewerk
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb tewerkgesteld jij hebt tewerkgesteld hij heeft tewerkgesteld wij hebben tewerkgesteld jullie hebben tewerkgesteld zij hebben tewerkgesteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stelde tewerk jij stelde tewerk hij stelde tewerk wij stelden tewerk jullie stelden tewerk zij stelden tewerk
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had tewerkgesteld jij had tewerkgesteld hij had tewerkgesteld wij hadden tewerkgesteld jullie hadden tewerkgesteld zij hadden tewerkgesteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal tewerkstellen jij zult tewerkstellen hij zal tewerkstellen wij zullen tewerkstellen jullie zullen tewerkstellen zij zullen tewerkstellen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal tewerkgesteld hebben jij zult tewerkgesteld hebben hij zal tewerkgesteld hebben wij zullen tewerkgesteld hebben jullie zullen tewerkgesteld hebben zij zullen tewerkgesteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou tewerkstellen jij zou tewerkstellen hij zou tewerkstellen wij zouden tewerkstellen jullie zouden tewerkstellen zij zouden tewerkstellen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou tewerkgesteld hebben jij zou tewerkgesteld hebben hij zou tewerkgesteld hebben wij zouden tewerkgesteld hebben jullie zouden tewerkgesteld hebben zij zouden tewerkgesteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stel tewerk
|