NL: terugzettenSynoniemen: terugplaatsen, degraderen, achteruitzetten, terugleggen
DE: terugzetten (degraderen): zurücksetzen, degradieren, herabsetzen, erniedrigen, zurückstellen, herabmindern
EN: terugzetten (degraderen): degrade
ES: terugzetten (degraderen): degradar, ser degradado
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
teruggezet
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik zet terug jij zet terug hij zet terug wij zetten terug jullie zetten terug zij zetten terug
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb teruggezet jij hebt teruggezet hij heeft teruggezet wij hebben teruggezet jullie hebben teruggezet zij hebben teruggezet
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik zette terug jij zette terug hij zette terug wij zetten terug jullie zetten terug zij zetten terug
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had teruggezet jij had teruggezet hij had teruggezet wij hadden teruggezet jullie hadden teruggezet zij hadden teruggezet
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal terugzetten jij zult terugzetten hij zal terugzetten wij zullen terugzetten jullie zullen terugzetten zij zullen terugzetten
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal teruggezet hebben jij zult teruggezet hebben hij zal teruggezet hebben wij zullen teruggezet hebben jullie zullen teruggezet hebben zij zullen teruggezet hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou terugzetten jij zou terugzetten hij zou terugzetten wij zouden terugzetten jullie zouden terugzetten zij zouden terugzetten
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou teruggezet hebben jij zou teruggezet hebben hij zou teruggezet hebben wij zouden teruggezet hebben jullie zouden teruggezet hebben zij zouden teruggezet hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
zet terug
|