NL: terugvindenSynoniemen: achterhalen, hervinden, vinden
DE: zurückfinden, wiederfinden
EN: find again
ES: recuperarse, recobrar, arreglar, restablecerse, volver a encontrar, corregir, restablecer, rehabilitar, reconquistar
FR: récupérer, reprendre, rétablir, reconquérir
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
teruggevonden
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik vind terug jij vindt terug hij vindt terug wij vinden terug jullie vinden terug zij vinden terug
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb teruggevonden jij hebt teruggevonden hij heeft teruggevonden wij hebben teruggevonden jullie hebben teruggevonden zij hebben teruggevonden
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik vond terug jij vond terug hij vond terug wij vonden terug jullie vonden terug zij vonden terug
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had teruggevonden jij had teruggevonden hij had teruggevonden wij hadden teruggevonden jullie hadden teruggevonden zij hadden teruggevonden
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal terugvinden jij zult terugvinden hij zal terugvinden wij zullen terugvinden jullie zullen terugvinden zij zullen terugvinden
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal teruggevonden hebben jij zult teruggevonden hebben hij zal teruggevonden hebben wij zullen teruggevonden hebben jullie zullen teruggevonden hebben zij zullen teruggevonden hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou terugvinden jij zou terugvinden hij zou terugvinden wij zouden terugvinden jullie zouden terugvinden zij zouden terugvinden
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou teruggevonden hebben jij zou teruggevonden hebben hij zou teruggevonden hebben wij zouden teruggevonden hebben jullie zouden teruggevonden hebben zij zouden teruggevonden hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
vind terug
|