NL: terugvallenSynoniemen: achteropraken, zich verlaten, kelderen, inzakken
DE: terugvallen (achteropraken): zurückfallen
EN: terugvallen (achteropraken): fall back, drop back, fall behind, lose ground, give ground
ES: terugvallen (achteropraken): quedarse atrás, quedar rezagado
FR: terugvallen (achteropraken): retomber, prendre du retard, retarder, rechuter, perdre du terrain
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
teruggevallen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik val terug jij valt terug hij valt terug wij vallen terug jullie vallen terug zij vallen terug
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb teruggevallen jij hebt teruggevallen hij heeft teruggevallen wij hebben teruggevallen jullie hebben teruggevallen zij hebben teruggevallen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik viel terug jij viel terug hij viel terug wij vielen terug jullie vielen terug zij vielen terug
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had teruggevallen jij had teruggevallen hij had teruggevallen wij hadden teruggevallen jullie hadden teruggevallen zij hadden teruggevallen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal terugvallen jij zult terugvallen hij zal terugvallen wij zullen terugvallen jullie zullen terugvallen zij zullen terugvallen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal teruggevallen hebben jij zult teruggevallen hebben hij zal teruggevallen hebben wij zullen teruggevallen hebben jullie zullen teruggevallen hebben zij zullen teruggevallen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou terugvallen jij zou terugvallen hij zou terugvallen wij zouden terugvallen jullie zouden terugvallen zij zouden terugvallen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou teruggevallen hebben jij zou teruggevallen hebben hij zou teruggevallen hebben wij zouden teruggevallen hebben jullie zouden teruggevallen hebben zij zouden teruggevallen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
val terug
|