NL: terugslaanSynoniemen: revanche nemen, terugvechten, verwijzen
EN: terugslaan (terugvechten): strike back, kick back, hit back, blow back, beat back
ES: terugslaan (terugvechten): devolver el golpe
FR: terugslaan (terugvechten): rendre ses coups à, contre-attaquer
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
teruggeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sla terug jij slaat terug hij slaat terug wij slaan terug jullie slaan terug zij slaan terug
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb teruggeslagen jij hebt teruggeslagen hij heeft teruggeslagen wij hebben teruggeslagen jullie hebben teruggeslagen zij hebben teruggeslagen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik sloeg terug jij sloeg terug hij sloeg terug wij sloegen terug jullie sloegen terug zij sloegen terug
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had teruggeslagen jij had teruggeslagen hij had teruggeslagen wij hadden teruggeslagen jullie hadden teruggeslagen zij hadden teruggeslagen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal terugslaan jij zult terugslaan hij zal terugslaan wij zullen terugslaan jullie zullen terugslaan zij zullen terugslaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal teruggeslagen hebben jij zult teruggeslagen hebben hij zal teruggeslagen hebben wij zullen teruggeslagen hebben jullie zullen teruggeslagen hebben zij zullen teruggeslagen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou terugslaan jij zou terugslaan hij zou terugslaan wij zouden terugslaan jullie zouden terugslaan zij zouden terugslaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou teruggeslagen hebben jij zou teruggeslagen hebben hij zou teruggeslagen hebben wij zouden teruggeslagen hebben jullie zouden teruggeslagen hebben zij zouden teruggeslagen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sla terug
|