NL: terugdringenSynoniemen: beperken, bezuinigen, terugdrijven, verlagen, resorberen, opslorpen
EN: force back
ES: reducir, impulsar hacia atrás, hacer retroceder
FR: repousser, refouler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
teruggedrongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik dring terug jij dringt terug hij dringt terug wij dringen terug jullie dringen terug zij dringen terug
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb teruggedrongen jij hebt teruggedrongen hij heeft teruggedrongen wij hebben teruggedrongen jullie hebben teruggedrongen zij hebben teruggedrongen
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik drong terug jij drong terug hij drong terug wij drongen terug jullie drongen terug zij drongen terug
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had teruggedrongen jij had teruggedrongen hij had teruggedrongen wij hadden teruggedrongen jullie hadden teruggedrongen zij hadden teruggedrongen
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal terugdringen jij zult terugdringen hij zal terugdringen wij zullen terugdringen jullie zullen terugdringen zij zullen terugdringen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal teruggedrongen hebben jij zult teruggedrongen hebben hij zal teruggedrongen hebben wij zullen teruggedrongen hebben jullie zullen teruggedrongen hebben zij zullen teruggedrongen hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou terugdringen jij zou terugdringen hij zou terugdringen wij zouden terugdringen jullie zouden terugdringen zij zouden terugdringen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou teruggedrongen hebben jij zou teruggedrongen hebben hij zou teruggedrongen hebben wij zouden teruggedrongen hebben jullie zouden teruggedrongen hebben zij zouden teruggedrongen hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
dring terug
|