NL: terugdenkenDE: zurückdenken
EN: think back to, cast one's mind back to
FR: se souvenir, commémorer, rappeler, se rappeler
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
teruggedacht
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik denk terug jij denkt terug hij denkt terug wij denken terug jullie denken terug zij denken terug
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb teruggedacht jij hebt teruggedacht hij heeft teruggedacht wij hebben teruggedacht jullie hebben teruggedacht zij hebben teruggedacht
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik dacht terug jij dacht terug hij dacht terug wij dachten terug jullie dachten terug zij dachten terug
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had teruggedacht jij had teruggedacht hij had teruggedacht wij hadden teruggedacht jullie hadden teruggedacht zij hadden teruggedacht
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal terugdenken jij zult terugdenken hij zal terugdenken wij zullen terugdenken jullie zullen terugdenken zij zullen terugdenken
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal teruggedacht hebben jij zult teruggedacht hebben hij zal teruggedacht hebben wij zullen teruggedacht hebben jullie zullen teruggedacht hebben zij zullen teruggedacht hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou terugdenken jij zou terugdenken hij zou terugdenken wij zouden terugdenken jullie zouden terugdenken zij zouden terugdenken
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou teruggedacht hebben jij zou teruggedacht hebben hij zou teruggedacht hebben wij zouden teruggedacht hebben jullie zouden teruggedacht hebben zij zouden teruggedacht hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
denk terug
|