NL: terugdeinzenSynoniemen: achteruitgaan, bang zijn, terugwijken, terugschrikken, achteruitdeinzen
DE: zurückzucken, zurückfahren, zurückschrecken, zurückprallen, zurückzaudern, zurückscheuen
EN: shrink back, recoil, shrink, withdraw, recoil from
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
teruggedeinsd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik deins terug jij deinst terug hij deinst terug wij deinzen terug jullie deinzen terug zij deinzen terug
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb teruggedeinsd jij hebt teruggedeinsd hij heeft teruggedeinsd wij hebben teruggedeinsd jullie hebben teruggedeinsd zij hebben teruggedeinsd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik deinsde terug jij deinsde terug hij deinsde terug wij deinsden terug jullie deinsden terug zij deinsden terug
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had teruggedeinsd jij had teruggedeinsd hij had teruggedeinsd wij hadden teruggedeinsd jullie hadden teruggedeinsd zij hadden teruggedeinsd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal terugdeinzen jij zult terugdeinzen hij zal terugdeinzen wij zullen terugdeinzen jullie zullen terugdeinzen zij zullen terugdeinzen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal teruggedeinsd hebben jij zult teruggedeinsd hebben hij zal teruggedeinsd hebben wij zullen teruggedeinsd hebben jullie zullen teruggedeinsd hebben zij zullen teruggedeinsd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou terugdeinzen jij zou terugdeinzen hij zou terugdeinzen wij zouden terugdeinzen jullie zouden terugdeinzen zij zouden terugdeinzen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou teruggedeinsd hebben jij zou teruggedeinsd hebben hij zou teruggedeinsd hebben wij zouden teruggedeinsd hebben jullie zouden teruggedeinsd hebben zij zouden teruggedeinsd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
deins terug
|