Synoniemen

NL | DE | EN | ES | FR

Werkwoorden

Werkwoorden vervoegen

tergen vervoegen

Vul een werkwoord of werkwoordsvorm in van een Nederlands, Duits,
Engels, Frans of Spaans werkwoord.
Bv: denken, dacht, sms'en, sein, have, avoir, être, aller, hablar





NL: tergen
Synoniemen: provoceren, sarren, tarten, treiteren, uitdagen, plagen, pesten, narren, kwellen, koeioneren, zieken, stangen, jennen

EN: tergen (sarren): nag

U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)

Voltooid deelwoord
Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen`
getergd
Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott)
Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt.
ik terg
jij tergt
hij tergt
wij tergen
jullie tergen
zij tergen
Voltooid tegenwoordige tijd (vtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn.
ik heb getergd
jij hebt getergd
hij heeft getergd
wij hebben getergd
jullie hebben getergd
zij hebben getergd
Onvoltooid verleden tijd (ovt)
Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is.
ik tergde
jij tergde
hij tergde
wij tergden
jullie tergden
zij tergden
Voltooid verleden tijd (vvt)
wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren.
ik had getergd
jij had getergd
hij had getergd
wij hadden getergd
jullie hadden getergd
zij hadden getergd
Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt)
Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden.
ik zal tergen
jij zult tergen
hij zal tergen
wij zullen tergen
jullie zullen tergen
zij zullen tergen
Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn.
ik zal getergd hebben
jij zult getergd hebben
hij zal getergd hebben
wij zullen getergd hebben
jullie zullen getergd hebben
zij zullen getergd hebben
Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden.
ik zou tergen
jij zou tergen
hij zou tergen
wij zouden tergen
jullie zouden tergen
zij zouden tergen
Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt)
Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn.
ik zou getergd hebben
jij zou getergd hebben
hij zou getergd hebben
wij zouden getergd hebben
jullie zouden getergd hebben
zij zouden getergd hebben
Gebiedende wijs
bv. `Ga weg!`
terg

Directe link naar deze pagina:

http://www.mijnwoordenboek.nl/werkwoord/tergen

Werkwoorden A tot (en met) Z



Nederlandse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Duitse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Engelse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Franse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z

Spaanse werkwoorden
A B C D E F G H I J K L M N O P Q R S T U V W X Y Z



© Mijnwoordenboek MMXII | Contact | Privacy | Vaakst vertaald | In English