NL: terechtstellenSynoniemen: elektrocuteren, executeren
DE: terechtstellen (ter dood brengen): hinrichten, exekutieren, vollziehen, vollstrecken, fusilieren
EN: terechtstellen (ter dood brengen): execute, put to death
ES: terechtstellen (ter dood brengen): matar, ejecutar
FR: terechtstellen (ter dood brengen): exécuter, mettre à mort
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
terechtgesteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik stel terecht jij stelt terecht hij stelt terecht wij stellen terecht jullie stellen terecht zij stellen terecht
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb terechtgesteld jij hebt terechtgesteld hij heeft terechtgesteld wij hebben terechtgesteld jullie hebben terechtgesteld zij hebben terechtgesteld
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stelde terecht jij stelde terecht hij stelde terecht wij stelden terecht jullie stelden terecht zij stelden terecht
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had terechtgesteld jij had terechtgesteld hij had terechtgesteld wij hadden terechtgesteld jullie hadden terechtgesteld zij hadden terechtgesteld
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal terechtstellen jij zult terechtstellen hij zal terechtstellen wij zullen terechtstellen jullie zullen terechtstellen zij zullen terechtstellen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal terechtgesteld hebben jij zult terechtgesteld hebben hij zal terechtgesteld hebben wij zullen terechtgesteld hebben jullie zullen terechtgesteld hebben zij zullen terechtgesteld hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou terechtstellen jij zou terechtstellen hij zou terechtstellen wij zouden terechtstellen jullie zouden terechtstellen zij zouden terechtstellen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou terechtgesteld hebben jij zou terechtgesteld hebben hij zou terechtgesteld hebben wij zouden terechtgesteld hebben jullie zouden terechtgesteld hebben zij zouden terechtgesteld hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
stel terecht
|