NL: terechtstaanDE: vor Gericht stehen, vor Gericht erscheinen
EN: be committed to trial
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
terechtgestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik sta terecht jij staat terecht hij staat terecht wij staan terecht jullie staan terecht zij staan terecht
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb terechtgestaan jij hebt terechtgestaan hij heeft terechtgestaan wij hebben terechtgestaan jullie hebben terechtgestaan zij hebben terechtgestaan
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik stond terecht jij stond terecht hij stond terecht wij stonden terecht jullie stonden terecht zij stonden terecht
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had terechtgestaan jij had terechtgestaan hij had terechtgestaan wij hadden terechtgestaan jullie hadden terechtgestaan zij hadden terechtgestaan
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal terechtstaan jij zult terechtstaan hij zal terechtstaan wij zullen terechtstaan jullie zullen terechtstaan zij zullen terechtstaan
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal terechtgestaan hebben jij zult terechtgestaan hebben hij zal terechtgestaan hebben wij zullen terechtgestaan hebben jullie zullen terechtgestaan hebben zij zullen terechtgestaan hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou terechtstaan jij zou terechtstaan hij zou terechtstaan wij zouden terechtstaan jullie zouden terechtstaan zij zouden terechtstaan
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou terechtgestaan hebben jij zou terechtgestaan hebben hij zou terechtgestaan hebben wij zouden terechtgestaan hebben jullie zouden terechtgestaan hebben zij zouden terechtgestaan hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
sta terecht
|