EN: to tenterSynoniemen: tempt
NL: in verzoeking brengen
FR: affrioler, allécher, attirer, captiver, charmer, entraîner, essayer, expérimenter, hasarder, hypnotiser, inciter, plaire, risquer, séduire, éprouver
| Gerund |
| De Gerund is een ing-vorm die zelfstandig gebruikt kan worden. |
tentering
|
| Present simple (ott) |
| Tegenwoordige tijd zonder ing-vorm. |
I tenter you tenter he tenters we tenter you tenter they tenter
|
| Present perfect (vtt) |
| Have/has + voltooid deelwoord / voltooid tegenwoordige tijd. |
I have tentered you have tentered he has tentered we have tentered you have tentered they have tentered
|
| Past Simple (ovt) |
| Verleden tijd zonder �ing vorm |
I tentered you tentered he tentered we tentered you tentered they tentered
|
| Past perfect (vvt) |
| Had + voltooid deelwoord / voltooid verleden tijd |
I had tentered you had tentered he had tentered we had tentered you had tentered they had tentered
|
| Present future (ottt) |
| Toekomst. Shall / Will + hele werkwoord |
I will tenter you will tenter he will tenter we will tenter you will tenter they will tenter
|
| Present future perfect (vttt) |
| Shall / Will + have + voltooid deelwoord. Het wordt gebruikt om aan te geven dat iets is afgerond op een nader tijdstip in de toekomst. |
I will have tentered you will have tentered he will have tentered we will have tentered you will have tentered they will have tentered
|
| Past future (ovtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + inf. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
I would tenter you would tenter he would tenter we would tenter you would tenter they would tenter
|
| Past future perfect (vvtt) |
| Altijd gevormd door: should/would + have + volt. dw. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
I would have tentered you would have tentered he would have tentered we would have tentered you would have tentered they would have tentered
|
FR: tenterSynoniemen: affrioler, allécher, attirer, captiver, charmer, entraîner, essayer, expérimenter, hasarder, hypnotiser, inciter, plaire, risquer, séduire, éprouver
NL: in verzoeking brengen
EN: tempt
| Participe Passé |
|
tenté
|
| Indicatif Présent |
| ott, als in `ik ga` |
je tente tu tentes il; elle tente nous tentons vous tentez ils; elles tentent
|
| Indicatif Passé Composé |
| Passé composé = voltooid tegenwoordige tijd. Als in `ik ben gegaan`. Le passé composé wordt gebruikt voor alle op zichzelf staande feiten, nieuwe, éénmalige gebeurtenissen, alle afgesloten handelingen. |
j`ai tenté tu as tenté il; elle a tenté nous avons tenté vous avez tenté ils; elles ont tenté
|
| Indicatif Imparfait |
| ovt, als in `ik ging`. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was. |
je tentais tu tentais il; elle tentait nous tentions vous tentiez ils; elles tentaient
|
| Indicatif Plus-Que-Parfait |
| Plus-que-parfait= voltooid verleden tijd. Als in `ik was gegaan` |
j`avais tenté tu avais tenté il; elle avait tenté nous avions tenté vous aviez tenté ils; elles avaient tenté
|
| Indicatif Passé Simple |
| vtt, als in `ik ging`. Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
je tentai tu tentas il; elle tenta nous tentâmes vous tentâtes ils; elles tentèrent
|
| Indicatif Passé Antérieur |
| vvtt, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`eus tenté tu eus tenté il; elle eut tenté nous eûmes tenté vous eûtes tenté ils; elles eurent tenté
|
| Indicatif Futur Simple |
| ottt, als in `ik zal gaan` |
je tenterai tu tenteras il; elle tentera nous tenterons vous tenterez ils; elles tenteront
|
| Indicatif Futur Antérieur |
| vttt, als in `Ik zal gegaan zijn` |
j`aurai tenté tu auras tenté il; elle aura tenté nous aurons tenté vous aurez tenté ils; elles auront tenté
|
| Subjonctif Présent |
| Aanvoegende wijs, heden. Men gebruikt het subjonctif in een onderschikkende bijzin die begint met `que`, na werkwoorden die een gevoel weergeven: être content = blij zijn, être triste= bedroefd zijn |
je tente tu tentes il; elle tente nous tentions vous tentiez ils; elles tentent
|
| Subjonctif Passé |
| Aanvoegende wijs, verleden. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`aie tenté tu aies tenté il; elle ait tenté nous ayons tenté vous ayez tenté ils; elles aient tenté
|
| Subjonctif Imparfait |
| Aanvoegende wijs. Vooral gebruikt in de schrijftaal. L'imparfait wordt gebruikt voor het weergeven van: (I) een gewoonte (handeling), (II) een toestand/ beschrijving van karakter,uiterlijk, kleding, gemoedstoestand en landschap, (III) een handeling die aan de gang was |
je tentasse tu tentasses il; elle tentât nous tentassions vous tentassiez ils; elles tentassent
|
| Subjonctif Plus-Que-Parfait |
| Aanvoegende wijs, voltooid deelwoord. Vooral gebruikt in de schrijftaal. |
j`eusse tenté tu eusses tenté il; elle eût tenté nous eussions tenté vous eussiez tenté ils; elles eussent tenté
|
| Conditionnel Présent |
| ovtt. Met de conditionnel présent kan je een voorwaarde uitdrukken, als in `ik zou gaan` |
je tenterais tu tenterais il; elle tenterait nous tenterions vous tenteriez ils; elles tenteraient
|
| Conditionnel Passé |
| vvtt. De conditionnel passé gebruik je om een voorwaarde in het verleden te stellen, als in `ik zou gegaan zijn` |
j`aurais tenté tu aurais tenté il; elle aurait tenté nous aurions tenté vous auriez tenté ils; elles auraient tenté
|
| Impératif Présent |
| gebiedende wijs als in `Ga!` |
(tu) tente, (nous) tentons (vous) tentez
|