NL: temmenSynoniemen: africhten, intomen, tam maken
DE: zähmen, abrichten, bändigen, dressieren, einreiten, bezähmen
EN: tame, domesticate, subdue, control
ES: dominar, domar, domesticar
FR: dresser, dompter
U-vorm: Vervoeg zoals `jij`. (2e persoon enkelvoud) (advies Taalunie)
men, het, zij (enkelvoud): Vervoeg zoals `hij`. (3e persoon)
|
| Voltooid deelwoord |
| Wordt gebruikt om de voltooid tegenwoordige tijd, de voltooid toekomende tijd en de voltooid verleden tijd te vormen` |
getemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige tijd (ott) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die op het moment van spreken plaatsvindt. |
ik tem jij temt hij temt wij temmen jullie temmen zij temmen
|
| Voltooid tegenwoordige tijd (vtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaatsvonden en afgerond zijn. |
ik heb getemd jij hebt getemd hij heeft getemd wij hebben getemd jullie hebben getemd zij hebben getemd
|
| Onvoltooid verleden tijd (ovt) |
| Deze geeft een handeling weer die in het verleden plaatsvond, en waarvan het `afgerond zijn` niet nadrukkelijk aanwezig is. |
ik temde jij temde hij temde wij temden jullie temden zij temden
|
| Voltooid verleden tijd (vvt) |
| wordt gebruikt voor handelingen die vanuit het verleden gezien in het verleden plaatsvonden en al afgerond waren. |
ik had getemd jij had getemd hij had getemd wij hadden getemd jullie hadden getemd zij hadden getemd
|
| Onvoltooid tegenwoordige toekomende tijd (ottt) |
| Deze tijd geeft een handeling weer die in de toekomst plaats zal vinden. |
ik zal temmen jij zult temmen hij zal temmen wij zullen temmen jullie zullen temmen zij zullen temmen
|
| Voltooid tegenwoordige toekomende tijd (vttt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in de toekomst plaatsvinden en afgerond zijn. |
ik zal getemd hebben jij zult getemd hebben hij zal getemd hebben wij zullen getemd hebben jullie zullen getemd hebben zij zullen getemd hebben
|
| Onvoltooid verleden toekomende tijd (ovtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden. |
ik zou temmen jij zou temmen hij zou temmen wij zouden temmen jullie zouden temmen zij zouden temmen
|
| Voltooid verleden toekomende tijd (vvtt) |
| Wordt gebruikt voor handelingen die gezien vanuit het moment van spreken in het verleden plaats hadden kunnen vinden en afgerond zijn. |
ik zou getemd hebben jij zou getemd hebben hij zou getemd hebben wij zouden getemd hebben jullie zouden getemd hebben zij zouden getemd hebben
|
| Gebiedende wijs |
| bv. `Ga weg!` |
tem
|